Reisboek Casa Vista - 3

    Uit de veilige zone

    Na dertig meter over het pad omhoog leg ik mijn trui op een steen en laat hem achter. Het is nog maar half negen en toch kijkt de zon al volop nieuwsgierig naar ons. Reisman en Kronkelworm gaan de berg beklimmen tegenover Casa Vista. We kijken naar de top. Die kant op, recht omhoog. Het weggetje is overgegaan in een pad. Rotsen, stenen, steentjes, grind. Ruwe struikjes, vetplanten, en een woestijngrassoort met lange halmen die houvast bieden. Dat is wel nodig. Er is nu geen pad meer te bekennen en mijn voeten zoeken angstvallig naar houvast. Zweet drupt langs mijn neus. Reisman heeft bergschoenen aan en zwoegt nauwelijks, gaat voort met grote brokken voetstap. Mijn schoenen hebben een erg vlakke zool, maar ik red me goed. De rotsen zijn stroef en ruw. Als je je handen gebruikt om als een viervoeter te klimmen schuurt het ruwe steen mijn handpalmen. Af en toe staan we stil. Klimman zoekt een pad en ik hijg even uit. spanje mei 17 klim klimmen AAEen klein beetje maar; ik voel zeer goed hoe mijn frequente sportinspanningen de laatste tijd zijn vruchten hier afwerpen. Ik bereid me wel voor op wat spierpijn morgen, maar voorlopig concentreer ik me op de steeds lastiger weg naar boven. Toch is het fantastisch.

    De top komt in zicht; de gedachte dat het misschien beter is om de tocht niet helemaal door te zetten en terug te keren, is opeens verdwenen. Aan de andere kant van de top is hopelijk een parcours dat we omlaag kunnen volgen. Want wat we nu doen is lastig, maar hier af te dalen is vrijwel onmogelijk. We kijken uit over de heuvels en de boomgaarden, de enorme spaarbekkens met azuurblauw water en verder onder ons het huis van vriend B. in de zon. Het is prachtig. We zijn wellicht een beetje uit een veilige zone getreden. Ik heb voor dit klimwerk niet de beste schoenen, mijn benen zitten onder de schrammen van de harde struiken en we weten niet hoe we weer af moeten dalen. Het stomste is misschien nog dat we geen water bij ons hebben. Wat nou als ik moet poepen, grap ik tegen Reisman. Die vindt dat op spanje mei 17 klim vergezicht met waterdit moment nogal triviaal en zegt dat ik dan maar een vetplant moet gebruiken. De vegetatie is hier inderdaad verrassend. Plantjes en bloementjes in allerlei kleurschakeringen en vormen. En dat op een voedingsbodem die ogenschijnlijk alleen uit steen bestaat. Geel steen, met af en toe wat rode of roodbruine soortgenoten. Soms zie ik een spin of een tor, ik kan toch niets anders dan voortdurend naar mijn voeten kijken, en Reisman ziet hagedissen. Omdat hij voorop gaat zijn die steeds al verdwenen als ik ter plekke ben. De top is een hoogtepunt. De ochtendnevel is verdwenen, de blik op het Spaanse buitenland eindeloos. We blijven niet lang.

    Reisman zegt dat we een omtrekkende beweging gaan maken om naar beneden te komen. We hebben er nog steeds lol in, maar het is bepaald niet gemakkelijk. Soms val ik bijna als de stenen als kogellagers onder mijn voeten rollen. Ik durf mijn telefoon niet meer in mijn achterzak te steken, want als ik val val ik als eerste op mijn kont. Maar daar is die ook voor, hou ik de moed er maar in. Vallen betekent hier op zijn minst pijn, maar hopelijk geen blessure. Ik spanje mei 17 klim asm stijlbegin me wel een beetje af te vragen of het goed komt. Overal lastige rotsen. Gelukkig is Reisman ook een rots. Hij bevindt zich nu als een cliffhanger op een moeilijk stuk. Dit is een traverse! Roept hij intelligent. Ik film een paar keer een stukje, tot mijn benen iets minder stabiel aanvoelen. Maar kijk, wijst Man, daar is het spaarbekken met water dat tegenover Casa Vista ligt. We klauteren een stuk over een heuvelkam en daarna klimmen we in de oude betonnen waterloop en volgen die omlaag. Samen in de goot, dat schept een band en we voelen ons goed. Dat komt ook omdat we weten dat deze expeditie niet alleen prachtig is, maar ook tot een goed einde komt. We zijn er bijna. De goot eindigt in een put. Daar willen we niet in, we springen eruit en lopen het laatste stuk langs het waterbekken gemakkelijk naar huis. Reisman haalt nog even mijn achtergelaten trui en in Casa Vista drinken we water en duiken het fijne zwembad in. En dan te bedenken dat sommige mensen thuis in Nederland het paasweekend uit moeten zitten. Bewolkt, 11 graden, nachtvorst. Ik grijns, heel even maar.

    Reisboek Casa Vista - 2

    Het mag de naam reizen eigenlijk niet hebben

    De turbulentie is verschrikkelijk. Het vliegtuig schudt zo hard dat de zuurstofkapjes uit het plafond vallen. Er klinkt een vierstemmig gillen van minstens vier verschillende vrouwen. Een man roept heel hard iets dat niet te verstaan is. Ik wist niet dat ik zoveel nekharen had als ik zie hoe een stewardess zich met één hand vasthoudt en haar andere hand voor haar mond slaat. Haar mascara slingert in zwarte strepen traag maar gestaag omlaag. Net als ons vliegtuig. Nu is het moment dat ik me om moet draaien om tegen Reisman, die achter mij zit, te zeggen dat ik van hem hou, zoals in een film. Dan is het niet meer zo erg dat we allemaal neerstorten. We hielden in ieder geval ook vlak voor de klap nog steeds van elkaar. Opeens voel ik iets tegen mijn wang en schrik op uit mijn fantasie. De jonge man met de brede schouders naast mij is in slaap gevallen en ik zit nu voor een deel samen met hem inslapende buurman mijn stoel. Ik maak er een foto van. Er slapen veel mensen, turbulentie is ver te zoeken. Reizen per vliegtuig is saai en onaangenaam. Het mag de naam Reizen eigenlijk niet hebben. Het is meer een soort tijdreizen, een verplaatsing zonder belevenis of prikkeling van de zintuigen. Behalve als er een stewardess langs loopt. Dan hoor ik haar panty of rokje ruisen, voel een briesje en ruik haar Chanel nummer 747. Reizen hoort ook niet in grote groepen. Dan is de lol eraf. Als iedereen het doet is het niet meer speciaal. Niemand kijkt naar buiten, zelfs niet tijdens het opstijgen. Een mevrouw sliep al toen wij het toestel net binnen kwamen. Vriendin M. is ook een ervaren vliegster. Zij kan slapen met haar hoofd op het tafeltje. Ik zit me te vervelen aan het gangpad. Eigenlijk zat ik naast Reisman, die aan de andere kant van het pad zit, maar ik heb van plaats geruild met een Spaanse passagiere die graag naast haar vriendin wilde zitten. Dus nu zit ik hier, op die halve stoel. Ik kijk naar een andere passagier, die witgelakte en eng lange rontgentasnagels heeft. Dat mag wél, en een klein schaartje in je handbagage niet. Zij kan met die nagels vast wel iemand de keel doorsnijden. Zoals die van mijn buurman; zijn slapende hoofd hangt naar achteren en zijn hals vraagt er bijna om. Ik was er ook niet van op de hoogte dat je gewoon een levende teckel mee mag nemen. Die zit ergens hier vlakbij in een handtas met een ventilatieruitje. Een Takkietas. Er zijn ook een paar baby’s aan boord, dat is nog leuker. Op Schiphol keek ik gniffelend toe hoe, achter de ruggen van de moeders, twee dreumesen het heel druk hadden met het langdurig likken aan de enorme ramen. De controle van tassen en personen duurde lang deze keer. Hinkend op één laars kon ik nog snel de röntgenfoto van mijn eigen tas met een geplette banaan meespieken. Ik lik een paar laatste stukjes op. Ik heb nu niets meer te eten of te drinken. Het vliegen duurt niet lang, maar toch ook wel. Ik zie Postbode Siemen nergens.

    De glimmende marmeren vloer van de Allicantse luchthaven rolt onder mijn stappende voeten door. Het Spaanse gebied waar we naar toe gaan heeft heel Spanje voorzien van marmer en andere steensoorten, zegt vriend B. Rond Novelda, waar hun mooie huis staat, zijn heel veel marmerbedrijven. marmer vloerMisschien gaan we vragen of we in zo’n bedrijf mogen rondkijken. Als ik in de auto zit vraag ik me vooral af hoe zo’n ruwe heuvelrug kan veranderen in een stapel glimmende perfect platte marmertegels. Ik zie inderdaad veel steenafgravingen. En een hoeder met stok achter een vrolijke kudde geiten in alle kleuren die voor geiten beschikbaar zijn. Ook veel olijfbomen en wijngaarden en ander fruit komt voorbij. Vaak onder lange doeken, als kassen van gaas. Warmte is hier geen probleem, hitte en vliegjes waarschijnlijk wel. Het is nu nog steeds 25 graden, eind van de middag. We zijn bij een garage gestopt en halen onze bagage uit de auto, want vriend B. kan vandaag zijn nieuwe auto ophalen. Het is de grote broer van het kleine zwarte landrovertje waar Kind 2 en ik een keer mee op pad zijn geweest. Een grote witte Landrover XYZ (letters ben ik vergeten) automaat met alles erop en eraan. Er is wel meer dat herinnert aan een vorige keer; alle winkels zijn dicht. Ook het laatste kleine weggetje naar het huis is nog hetzelfde. Wel meer land dat bebouwd is: amandelen, druiven, olijven, perziken, nectarines. Het nog kleine fruit hangt zich vol te zuigen met al dat zonlicht. Zonder water groeit hier niets. Het lijkt overal of de boompjes geplant zijn in een grote bak met lichtgele stenen. De bomen op landgoed van vriend B. en vriendin M. zijn ook gegroeid. Ook hij heeft duizenden druppelsystemen die voor voldoende water moeten zorgen. We zitten heel even voor het huis van het uitzicht te genieten en dan wordt Reisman Klusman. Eerst de parasol repareren, en dan bezig met het zwembad. Ik loop een rondje en hoor dat de eekhoorntjesbroodboom grote peulen krijgt. Daarin zitten bonen die altijd, in elke peul, van elke boom, exact even groot zijn. Ooit werden ze parasoldaarom gebruikt als gewichtjes om heel precies te kunnen meten. De vrucht heette in het Grieks keration en daar komt dan weer het woord karaat vandaan. Dat was even een leuk weetje tussendoor. Heerlijk is het hier. Stil, zwoel en kalm. Ik hoor alleen vogels en het zoemen van bijen.

    We gaan op pad. Voor een van mijn minst favoriete bezigheden. Uit eten. Om 21.00 uur pas, zo hoort dat in landen waar iedereen op slippers loopt. Gelukkig zitten we buiten. De bediening is lief, maar zegt dat ze geen Engelstalige kaart hebben. Vriend B. zegt van wel. En dat blijkt te kloppen, ook niet voor het eerst. Toch is het bestellen niet gemakkelijk. Ik probeer iets te vinden met zo weinig mogelijk vlees. Dat is hier ook niet gemakkelijk. Binnen is een glazen vitrine. Met heel veel dode vissen en grote dode stukken rundvlees. Reisman en vriend B. wijzen iets aan. Het wordt warm en rood en nog niet halfgaar geserveerd. Het is verschrikkelijk. De terugrit naar Casa Vista, zo heet ons huis, is leuker. Want ik mag rijden. Naast al dat vlees is ook deze auto niet al te milieuvriendelijk. Jammer, want hij rijdt fijn. Bij het huis is het donker en er heerst stilte. Met alleen hier en daar een krekeltje. Morgen weer een dag.

    Page 1 of 4

    © 2017 Divit

    Main Menu